
Bij de uitgeverij Labor is kortgeleden verschenen het boek "Basisprincipes
van de oorlogspropaganda, bruikbaar in tijden van koude, lauwe en effectieve
oorlog". Het boek is van de hand van de historica Anne Morelli. Zij beschrijft
daarin de tien 'geboden' van de oorlogspropaganda die al dateren van de Eerste
Wereldoorlog maar die in recente conflicten nog altijd gebruikt werden om de
publieke opinie te winnen voor de 'goede zaak'
Anne Morelli.over het boek: Ik heb op een systematische manier de algemene principes
willen beschrijven van de oorlogspropaganda. Na de Eerste Wereldoorlog vatte
de Britse lord Ponsonby de oorlogspropaganda samen in tien geboden die de publieke
opinie ingelepeld moesten worden. Die tien geboden zijn: wij willen geen oorlog,
de oorlog wordt ons opgedrongen door de vijand; alleen de vijand is verantwoordelijk
voor deze oorlog; de leider van het vijandige kamp is een duivel, wij verdedigen
een nobele zaak; de vijand begaat wreedheden, terwijl wij slechts per ongeluk
meer schade aanrichten dan nodig; de vijand gebruikt wapens die niet toegelaten
zijn; de vijand lijdt meer verliezen dan wij; de intellectuelen en de kunstenaars
steunen onze zaak wat bewijst dat ze juist is; onze zaak is heilig en ten slotte:
wie onze propaganda in twijfel trekt, is een verrader. Ik ben van hieruit vertrokken
om aan te tonen dat deze principes niet specifiek zijn voor de Eerste Wereldoorlog
maar ook later gebruikt werden en nog niet zo lang geleden in de oorlogen tegen
Irak en Joegoslavië.
Ik kies in mijn boek geen partij, ik zeg niet: die of die had gelijk. Ik duid
alleen de mechanismen van de propaganda aan.
Nu een oorlog tegen Irak met rasse schreden dichterbij komt, draait de machine
van de oorlogspropaganda op volle toeren. Volgens professor Anne Morelli, docent
historische kritiek aan de Université Libre de Bruxelles (ULB), zit achter
die propaganda een ingenieus systeem dat bij elke oorlog op dezelfde manier
werkt. Aan de hand van tien eenvoudige principes stomen leiders hun bevolking
klaar voor de strijd. De principes zijn universeel en ze werken. Altijd.
De tien geboden van de oorlogspropaganda heeft Morelli niet zelf uitgevonden.
Ze diepte ze op uit het werk van de Britse Lord Arthur Ponsonby, afgevaardigde
van de Labour-partij in het Hogerhuis aan het begin van de vorige eeuw. Ponsonby
was gekant tegen een deelname van Groot-Brittannië aan de Eerste Wereldoorlog.
Kritisch tegenover de oorlogsretoriek van zijn regering, probeerde hij aan te
tonen hoe leugens werden verspreid en hoe de bevolking werd meegesleurd in een
oorlogshype gevoed door haat, nationale pathos en populisme. In 'Falshehood
in Wartime' beschreef hij enkele essentiële mechanismen van de oorlogspropaganda.
Morelli systematiseerde deze tien geboden in haar opmerkelijke boek 'Principes
élémentaires de propagande de guerre', dat ze voltooide nadat
ze tijdens de bombardementen van mei 1999 als vredesinspecteur door Joegoslavië
was gereisd.
Morelli legt haarfijn uit hoe die principes niet alleen werkten tijdens de Eerste
Wereldoorlog, maar ook doelbewust gehanteerd werden in alle oorlogen erna; warme,
koude of lauwe.
Aanleiding te over dus om de historica te vragen haar tien principes te toetsen aan de oorlogsretoriek tegen Irak. De toepasselijkheid ervan is verbluffend. 'Ik spreek mij niet uit over de zuiverheid van de bedoelingen van deze of gene partij', zegt Morelli, die zelf een linkse signatuur heeft. 'Ik kies geen kant. Maar de analyse van de mechanismen toont aan hoe de publieke opinie gekneed wordt, en voorbereid op de eventuele oorlog tegen Irak.'
1. We willen geen oorlog.
'De paradox van elke oorlog: alle partijen blijven tot het laatste moment volhouden
dat ze absoluut geen oorlog willen,' legt Morelli uit. 'De VS zijn niet oorlogszuchtig,
zeggen ze. Wat ze doen, is puur defensief. Daarom is er ook geen minister van
Oorlog, wel een minister van Defensie. In Europa is het net zo. Landen als België,
Frankrijk en Duitsland roepen om ter luidst dat ze geen oorlog willen. Dat is
wat hun bevolking wil horen. Maar uiteindelijk draaien ze toch bij. Het officiële
discours strookt absoluut niet met de agenda die erachter zit. Eind januari
gaf de nieuwe Belgische ambassadeur in de VS een conferentie in Philadelphia.
Hij stelde de Amerikanen gerust dat we zeker zouden meegaan in de oorlog, maar
dat ze ons wat tijd moesten geven 'om onze publieke opinie te bewerken'. Wees
gerust, die man zegt dat niet als zijn minister van Buitenlandse Zaken er niet
achter staat.'
'Het doet erg denken aan wat H erman Göring, rechterhand van Hitler, schreef
aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog: 'Natuurlijk wil geen enkel volk
oorlog. Maar de leiders kunnen de geesten wel meekrijgen als ze een goede propaganda
hanteren.' De vredesbetogingen in alle Europese grote steden tonen genoeg dat
de Europese bevolking geen oorlog wil. Maar de propaganda is bezig haar werk
te doen. Het is altijd gelukt, dus we zullen er dit keer niet aan ontsnappen.'
2. De tegenpartij is de enige schuldige aan de oorlog.
'Dit principe hangt volledig samen met het eerste: wij willen geen oorlog;
als er toch een komt, is het omdat de vijand ons zo ver heeft gedreven. Het
is belangrijk de oorlog voor te stellen als een antwoord op een aanval van de
vijand. Idealiter zou dat vandaag een antwoord op een terroristische aanval
zijn. Helaas is er geen duidelijke link tussen Saddam Hoessein en de islamitische
fundamentalisten. Daarom proberen de Amerikanen die te creëren.'
'De Amerikanen zeggen: 'Saddam Hoessein daagt ons uit. Hij verplicht ons te
reageren.' Laat ons eerlijk zijn: het is moeilijk te zeggen in welke zin Saddam
echt een bedreiging vormt op dit moment. Er is in elk geval geen enkel buurland
dat daarover klaagt. Moeten we echt geloven dat dit kleine land een bedreiging
vormt voor de VS? Laten we Saddam ook niet voor een religieuze fanatiekeling
houden. Om zijn onderdanen niet tegen de borst te stoten, gaat hij wel naar
de moskee, maar het geloof is niet zijn eerste bekommernis. En toch wil men
dat de wereld doen geloven, want dat past beter in het plaatje van de strijd
tegen het terrorisme.'
'Heel typisch is dat we de oorlogslogica laten evolueren door van alles vast
te leggen in bijstandsverdragen en VN-resoluties. Dan heb je een reden op papier
om tot de aanval over te gaan. Dat geeft meer legitimiteit. De lat komt ook
steeds hoger te liggen. Het is logisch dat het geviseerde staatshoofd op een
bepaald moment zegt dat het genoeg geweest is, dat hij niet meer meewerkt. Dat
is juist de bedoeling: dan hebben de Amerikanen een 'objectieve' reden om binnen
te vallen.'
'Europa zegt dat het 'verplicht' is mee te doen. Dat doen ze overigens al concreet:
de transporten van Amerikaanse militairen en wapens via de haven van Antwerpen
zijn een logistieke ondersteuning van de oorlog. Net als de vervanging van Amerikaanse
soldaten door Belgische in Afghanistan, opdat de Amerikaanse soldaten naar Irak
zouden kunnen.
Nochtans is die verplichting relatief. In de NAVO geldt hij enkel wanneer een
bondgenoot wordt aangevallen. Ook de afdwingbaarheid van VN-resoluties is relatief.
Er zijn er al een tiental de revue gepasseerd over de Palestijnse kwestie. Nog
nooit zijn ze nageleefd.'
3. De vijand is het gezicht van de duivel.
'Laatst zag ik op de Franse televisie een commentaar op een documentaire van
de Amerikaanse zender ABC News. Het ging over een interview met een maîtresse
van Saddam Hoessein. Zij betoogde dat Saddam het grootste monster ooit was.
Ze vertelde dat hij gazellen grootbracht als huisdieren en ze dan bruutweg vermoordde
en opat. Op dat moment ging het beeld over naar een klein hertje. De boodschap
was duidelijk: 'Het monster eet Bambi.' De dame vertelde ook dat Saddam eigenlijk
atheïst is, ondanks zijn bezoeken aan de moskee. Een hypocriete atheïst,
die bovendien elke avond een glas whisky drinkt. Goed om helemaal uit de gratie
van de Amerikaanse bevolking te vallen. Het beeld van het monster krijgt vorm.
Vreemd trouwens, hoe de Amerikaanse media erin slagen Saddam enerzijds voor
te stellen als een atheïst en anderzijds als een religieuze terrorist,
afhankelijk van wat in de propagandalogica het beste uitkomt. Vreemd ook, hoe
de mensen dat allemaal blijven slikken. Saddam is vandaag het monster van dienst.
Vergeten we niet hoe onze politieke leiders hem in het nabije verleden op hun
sofa ontvingen als grote bondgenoot tegen het fanatieke Iran.'
'Het monster vindt telkens een alter ego: van Milosevic naar Osama bin Laden
naar Saddam. Vrijwillig of niet, maar de media volgen.'
'Hetzelfde geldt voor de manier waarop wij in België of Frankrijk Bush
afbeelden. De cartoons en karikaturen waarin Bush als de grote dommerik wordt
voorgesteld, zijn niet van de lucht. Dat heeft een bedoeling: aantonen dat het
intelligentieniveau van de man twijfelachtig is en dat we zo iemand beter niet
blindelings volgen. Alle partijen maken er zich schuldig aan: de ene demoniseert
de andere.'
4. We verdedigen een nobele zaak, geen eigen belangen.
'Het is eigen aan elke oorlog dat de ware reden ervan wordt verdoezeld. In
dit geval is het duidelijk dat olie een grote rol speelt. Toch komt dit amper
ter sprake. Dat geldt overigens niet alleen voor de VS, het heeft er alle schijn
van dat olie ook een grote drijfveer is voor de Franse weerstand. Frankrijk
heeft grote oliebelangen in Irak. De Fransen hebben daarover een goede verstandhouding
met Saddam. Die moeten ze verdedigen. Om dezelfde reden zullen wij à
la limite onze kar toch achter de Amerikaanse wagen spannen. Na de oorlog willen
we immers een deel van de oliekoek. En die wordt verdeeld naargelang de bereidheid
tot medewerking.'
'We worden om het hoofd geslagen met argumenten van democratie, mensenrechten
of onderdrukking in dat arme kleine land, maar in realiteit zijn het puur economische
belangen die spelen. Waarmee ik niet wil zeggen dat Saddam Hoessein geen dictator
is. Maar er zijn er andere in de wereld die minstens evenveel aandacht verdienen.
De Amerikanen kunnen trouwens bezwaarlijk serieus genomen worden met hun argument
van de democratie. In 1973 hebben ze in Chili zelf dictator Spirocheet aan de
macht geholpen ten koste van Salvador Allende. Mensenrechten en democratie blijken
wel erg rekbare begrippen te zijn.'
'Het is altijd beter de oorlog voor te stellen als een kruistocht voor de bevrijding
van een onderdrukt volk. Het wordt voorgesteld alsof de Irakezen ons met vreugdekreten
zullen verwelkomen. Wees er maar zeker van dat reclamebureaus al druk bezig
zijn die blijde intrede voor te bereiden. In Koeweit is de zaak geregisseerd
door Hill and Knowton, in
Joegoslavië door Rudder Finn. Of hoe denk je anders dat de Irakezen aan
Amerikaanse vlaggetjes zullen geraken om mee te zwaaien de dag dat de Amerikanen
aan de poort van Bagdad zullen staan?'
5. De vijand begaat systematisch wreedheden; als wij miskleunen begaan, is het onvrijwillig.
'Een essentieel onderdeel van de propaganda: wat de vijand mispeutert, wordt
opgeblazen; de schade die we zelf aanrichten, valt onder de noemer van 'collateral
dammage'. Op dit moment wordt er veel ophef gemaakt over de vergassing van Koerden
na eerste Golfoorlog. Het is een belangrijk element in de propaganda tegen Saddam.
Dat zelfs The New York Times zich nu luidop afvraagt of die wreedheid wel met
zekerheid kan worden toegeschreven aan Saddam, doet er blijkbaar niet toe. De
Amerikanen weten dat vergassing gevoelig ligt in Europa. Dat argument moet dus
absoluut overeind blijven. Dat de West-Europese landen zelf gas gebruikten tijdens
de Eerste Wereldoorlog, doet hier even niet ter zake. Wat telt is waar de vijand
over de schreef gaat.'
'Over de slachtoffers die we zelf maken, wordt in alle ernst gezwegen. Tijdens
de eerste Golfoorlog was er het bombardement op een schuilplaats vlakbij Bagdad.
Balans: honderden doden. In de ogen van Irak was dat een opzettelijke wreedheid
van de westerse landen. In onze media werd het incident afgedaan als een ongeluk:
'We dachten dat Saddam midden in die massa zat.' En dan zie je hoe de redenering
wordt omgedraaid: 'Saddam heeft die weerloze burgers gebruikt als menselijk
schild. Eigenlijk is het dus allemaal zijn schuld.' Twee maten en twee gewichten,
dat is de rode draad als het gaat over oorlogsschade.'
6. De vijand gebruikt verboden wapens.
'Hier zijn twee dingen in het spel. Enerzijds hanteert de vijand een specifiek wapen: het terrorisme. Terroristen boren zich met vliegtuigen in het hart van ons economische leven. Dat wordt afgedaan als een erg laffe manier van oorlog voeren. We vergeten graag dat we hier in Brussel na de Tweede Wereldoorlog zelf een standbeeld hebben opgetrokken voor Jean de Sêlys, de befaamde piloot die zich met zijn vliegtuig in het gebouw van de Gestapo in Brussel had gebeukt en er heel wat schade had aangericht. Stel dat de oorlog anders was verlopen. Dan was hij voor de Duitsers waarschijnlijk een terrorist geweest. Hetzelfde met de chemische en biologische wapens. Een groot deel van de propaganda draait rond die wapens die Saddam vermoedelijk bezit. Dat de VS er zelf hebben, doet niet ter zake. Waarom de mensen zich die vreemde gedachtekronkel op de mouw laten spelden?'
7. Wij lijden weinig verliezen, die van de vijand zijn enorm.
'Dat geldt vooral tijdens de oorlog, maar ook voordien: de overheid moet kunnen
aantonen dat de oorlog voor ons zonder risico is. 'Wij zijn zoveel sterker dan
de vijand, dat het slechts een kwestie van enkele dagen of weken is.' Over de
kosten daarentegen, rept men met geen woord.
Het mag duidelijk zijn dat de oorlog in Irak immens veel geld gaat kosten. Als
de overheid daar al over wordt aangesproken, heeft die het steevast over de
economische opstoot die de oorlog zal teweegbrengen.
Het is toch gek dat je een volk kan laten instemmen met die duizelingwekkende
bedragen, louter in naam van het nobele humanitaire doel. Mensen geloven graag
in het goede tegen het kwade. Het loont blijkbaar de moeite daarvoor te betalen.'
8. Artiesten en intellectuelen staan achter onze zaak.
'Het komt altijd beter over als je je propaganda in mond kan leggen van iemand
met legitimiteit bij de publieke opinie. Artiesten bijvoorbeeld.
Er zijn er in de VS uiteraard die zich tegen de oorlog hebben uitgesproken.
Maar evenveel andere steunen openlijk de president. In deze kwestie spelen echter
vooral de intellectuelen een belangrijke rol.
Zij weten hoe ze de publieke opinie moeten bespelen. Journalisten hebben een
sleutelpositie in de strategie. De media vormen het voornaamste kanaal naar
de bevolking. Het komt er dus op aan de pers aan je zijde te hebben. Daar bestaan
specifieke instellingen voor. De Amerikaanse minister van Defensie, Donald Rumsfeld,
richtte in oktober 2001 een Bureau voor Strategische Beïnvloeding op. Sinds
kort heeft dat bureau zijn subsidies zien verhogen van 400 naar 655 miljoen
dollar, met de =
opdracht de propaganda in Europa te sturen door journalisten te overhalen om
in hun berichtgeving het imago van de VS op te krikken.
Charlotte Beers, vice-staatssecretaris voor de Publieke Diplomatie is verantwoordelijk
voor die campagne. Het is natuurlijk de vraag in hoeverre die mensen zich zullen
laten omkopen.'
'Dezelfde strategie zat achter de brief van de acht Europese leiders die zich achter de VS schaarden. Dat was een initiatief van The Wall Street Journal of Europe. Die krant gold altijd als een objectieve, onafhankelijke bron. Maar kijk eens naar de structuur die daarachter zit. De krant is eigendom van Dow Jones Company. Een van de bestuurders van dat bedrijf is Harvey Golub. Toevallig ook lid van Bush' adviescommissie voor de politiek-commerciële onderhandelingen. Verder heb je in het bestuur ook William Steere, voormalig bestuurder van Texaco en leider van een drukkingsgroep om de transatlantische banden aan te halen. Ook Henry Kissinger en Donald Rumsfeld zitten in die drukkingsgroep. Zo kan ik nog even doorgaan. Toevallig? Ik denk het niet.
9. Onze zaak is heilig.
'Het aloude 'God bless America' speelt ook dit keer. De kruistocht tegen Saddam krijgt in de VS haast religieuze dimensies. Sommigen gaan daar ver in. John Ashcroft, de Amerikaanse minister van Justitie, staat bekend als een religieuze fanatiekeling. Zijn ideeën zijn na te lezen op zijn website. Hij beweert onder meer dat justitie een instrument is van de goddelijke wraak en begint zijn dag steevast met een bijbelstudie. Hij is niet alleen. Het lijkt alsof het ene fundamentalisme het andere bestrijdt.'
10. Zij die onze propaganda in twijfel trekken, zijn verraders.
'Dat merken we duidelijk in het discours tegen de Europese 'verraders', hielenlikkers
van Saddam Hoessein. Er is al sprake van een boycot tegen Europese producten.
Maar ook de tegenstanders in eigen land moeten eraan geloven. De acteur Sean
Penn bijvoorbeeld, die een openlijk standpunt heeft ingenomen tegen Bush, is
door Fox News zwaar aangepakt. Het brengt ons bij een belangrijke bedenking:
kunnen de media nog kritisch
berichten over de eventuele oorlog in Irak? Om daarop te antwoorden, is het
belangrijk te zien aan wie ze toebehoren. Er is een steeds grotere verstrengeling
tussen economie, politiek en de media. Die laatste zijn schatplichtig aan hun
broodheren. Journalisten willen misschien wel objectief zijn, maar in hoeverre
kunnen ze dat? Het is opvallend in welke mate ze het standpunt van hun eigen
regering volgen. De Belgische pers kan het zich permitteren een kritisch geluid
te laten horen, omdat ze zich kan verschuilen achter de rug van minister van
Buitenlandse zaken Louis Michel, het boegbeeld van het verzet. In de VS ligt
dat een stuk moeilijker.
Anne Morelli - Principes élémentaires de propagande de guerre.
- 2001, Brussel, éditions Labor, 93 blz. ISBN 2-8040-1565-3.
In maart verschijnt bij EPO de Nederlandse vertaling.
Anne Morelli, leeftijd: 53 jaar, moeder van vier kinderen.
Loopbaan: studeerde geschiedenis aan de ULB, een universiteit in Brussel. Werd
assistente in 1974, gaf toen ook les aan een middelbare school. Sinds 1985 is
ze hoogleraar, ze doceert momenteel geschiedenis over de migratie en over het
hedendaags christendom, ze doceert ook historische kritiek, maar niet in de
faculteit geschiedenis. Tot vorig jaar was ze vice-voorzitter van de MRAX (beweging
tegen racisme en xenofobie (vreemdelingenhaat)). Ze is vakbondsafgevaardigde
in de ondernemingsraad van de ULB.
Bibliografie: Anne Morelli schreef de volgende boeken: "Histoire des étrangers
en Belgique et de l'immigration depuis la préhistoire jusqu'a nos jours",
1992. "Les grands mythes de l'histoire de Belgique", 1995. "Belgische
emigranten", 1999. "Open brief aan de sekte van de sektetegenstanders",
1998.